Gierzwaluwen (Apus Apus)

Gierzwaluwen zijn in West-Europa sterk geassocieerd met mensen. Het zijn doorgaans (semi-) koloniebroeders, afhankelijk van het aanbod van nestgelegenheid. Een groot aanbod leidt min of meer tot kolonievorming. Ze wonen met verschillende koppels samen en zijn heel plaatstrouw. Gierzwaluwen gebruiken vaak jaren achtereen dezelfde nestplaats. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing.

 

Gierzwaluwen vormen een paar voor het leven. Ze ondernemen de trekreis en voedselvluchten gezamenlijk en slapen ook gezamenlijk. De gierzwaluw is een uitgesproken zomervogel en is vrijwel uitsluitend van april tot en met oktober in Nederland aanwezig, met de hoogste presentie in mei tot en met juli.

Dura Vermeer kansenscan biodiversiteit
Dura Vermeer Blokje Opnieuw Natuurinclusief Gierzwaluw

Benodigd voor hun habitat

De gierzwaluw brengt het grootste deel van zijn leven door in de lucht. Alleen om te broeden verlaten gierzwaluwen tijdelijk het luchtruim en komen ze aan het aardoppervlak.

 

Hij broedt vooral in steden en dorpen, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. Zijn komvormige nest maakt hij van met speeksel aan elkaar geplakte uit de lucht geviste plantendeeltjes, veertjes, haren, sprietjes en zaadpluis. Soms is er geen nestmateriaal. In ons land zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Door sloop en renovatie van oude gebouwen en wijken gaat veel broedgelegenheid verloren.

Alternatieve verblijfplaatsen en nestkasten voor gierzwaluwen

Voor elke verblijfplaats die zijn functie niet meer kan vervullen wordt gezorgd dat er meerdere nieuwe alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn. Een vervangende verblijfplaats heeft nooit dezelfde eigenschappen als de oorspronkelijke verblijfplaats. Hierdoor kan een vervangende verblijfplaats zowel wat betreft zijn eigenschappen als zijn locatie, minder geschikt blijken dan verwacht. Dit wordt ondervangen door een overmaat aan verblijfplaatsen aan te bieden. Hoe meer alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn hoe groter de kans is dat minimaal één van deze geschikt gevonden wordt.

Gierzwaluw galerij en nestkasten

Een vervangende verblijfplaats kan een al voor de betreffende functie aanwezige geschikte, maar nog niet in gebruik zijnde plek zijn. Als onderzoek aantoont dat die plekken niet aanwezig zijn kunnen nieuwe vervangende verblijfplaatsen worden gerealiseerd in de vorm van bijvoorbeeld ingemetselde neststenen, nestkasten, in de muur geïntegreerde nestgelegenheid en dergelijke, mits deze de betreffende functie kunnen overnemen voor een vergelijkbaar aantal gierzwaluwen. Dakpan-oplossingen zijn geen goede oplossing gebleken en worden daarom afgeraden.

> meer informatie

Gewenperiode van nieuwe en alternatieve verblijfplaatsen

Vervangende verblijfplaatsen moeten voor de eigenlijke werkzaamheden en voor terugkomst uit het zuiden beschikbaar zijn. Hoe meer alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn hoe groter de kans is dat minimaal één van deze geschikt gevonden wordt. Hoe dichter de vervangende verblijfplaats bij de oorspronkelijke verblijfplaats wordt gerealiseerd, hoe groter de kans is op succes. Voor behoud van de functionaliteit van een verblijfplaats moeten ze bij voorkeur binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats worden gerealiseerd. Voor behoud van de lokale populatie kan dit tot op enkele kilometers gebeuren. Hoe langer een vervangende verblijfplaats al aanwezig is, hoe meer tijd de gierzwaluwen hebben gehad om hem te ontdekken. De alternatieve verblijfplaatsen moeten voor minimaal eenzelfde aantal gierzwaluwen dezelfde functie kunnen vervullen als de oorspronkelijke plaats die verdwijnt. Omdat de gierzwaluw een semikoloniebroeder is, kunnen de vervangende verblijfplaatsen het beste geclusterd worden aangeboden.

Voor vervangende nestplaatsen geldt volgens de richtlijnen van BIJ12:

Bouwbesluit voor de dieren voorwaarden gierzwaluw
  • De broedruimte heeft een minimum bodemoppervlakte van 15 x 25 centimeter en een minimum hoogte van 13 
  • De invliegopening is maximaal 2 centimeter boven de bodem (van binnen gemeten), 7 centimeter breed en maximaal 3,5 centimeter hoog en asymmetrisch aangebracht;
  • Op minimaal 4 meter hoogte plaatsen;
  • Zorg voor voldoende (veilige) uitvliegruimte: minimaal 1 meter breed en 3 meter diep, zonder kans op verkeersslachtoffers;
  • De nieuwe gierzwaluwnestplaatsen bij voorkeur op een hoek of langs de kopse kant van een gebouw in de koele, schaduwrijke noord- en oostgevels aanbrengen;
  • Gebruik duurzaam materiaal en zorg dat het materiaal waarvan ze zijn gemaakt niet behandeld is met chemische middelen.

Zie voor meer informatie het kennisdocument met de richtlijnen van BIJ12.

Nestkasten voor gierzwaluwen in een natuurinclusief ontwerp

Neem contact op

Ben je vanuit de wet natuurbescherming verplicht om alternatieve verblijfplaatsen te realiseren? Wil je meer weten of een vrijblijvende prijsopgave? Neem dan contact op. We helpen je graag.
Nest logo met tagline wit

Nest realiseert een beter leefklimaat voor mens en dier in de gebouwde omgeving.

Contact

GRATIS CHECKLIST

Bouwbesluit voor de dieren

Ontvang de checklist met randvoorwaarden voor de 3 meest voorkomende gebouw-bewonende diersoorten. Te gebruiken voor: